Na mijn laatste wandeling bij Siensbach/Waldkirch in het Zwarte Woud, reizen we door naar onze volgende camping. Deze ligt in de buurt van Aichelberg en daar blijven we maar heel kort. Deze tussenstop maken we om het Mekka van de modelspoorder, althans de Märklinrijders, te bezoeken. Het Märklineum bij de fabriek van Märklin in Göppingen. Direct daarna reizen we door naar de Harz en hebben we een camping in Bad Suderode. Daar blijken de mogelijkheden om naturistisch te wandelen bijna oneindig.
Op de avond van onze aankomst pak ik mijn grote vriend Komoot er maar weer eens bij om een leuke route uit te stippelen en 's morgensvroeg, als manlief nog ligt te slapen, stap ik de deur van de caravan uit in mijn inmiddels gebruikelijke outfit: Wandelschoenen, korte joggingbroek en rugtas met water, selfiestick en wat te eten voor onderweg.
Vanaf de camping loop ik eerst een klein stukje naar links. Niet veel verder, tussen de huizen, loopt een smal steegje omhoog en dat is gelijk al de toegang tot het bos. In principe is het advies natuurlijk altijd om eerst de route te verkennen, zodat je weet wat je kunt verwachten. Op dit tijdstip, en in hét FKK-land bij uitstek, durf ik de sprong wel te wagen. Zodra ik boven ben, verdwijnt het laatste kledingstuk in mijn rugtas en gaat de wandeling naturistisch verder. Daarna loop ik door en bij de splitsing ga ik linksaf.
![]() |
| Even terugkijken naar waar ik vandaan kom. |
Gelijk gaat het flink omhoog en tussen de bomen loop ik naar een hoger gelegen pad. Het stukje waar ik nu op wandel is niet echt een aangelegd pad, maar eerder een soort olifantenpaadje dat in de loop der jaren is ontstaan door wandelaars die er gebruik van zijn gaan maken. Het pad waarop ik uitkom behoort duidelijk wel tot de reguliere wandelpaden. Het is enigszins verhard en er staan ook op diverse plaatsen bankjes langs de route. Als ik boven kom, sla ik linksaf en dan blijkt direct dat het een wandelpad is dat vaker gebruikt wordt. Een man met een hond komt uit de richting ik op opga. Als we elkaar passeren, wens ik hem netjes een Guten Morgen en loop rustig door.
![]() |
| Het pad loopt hier behoorlijk steil omhoog |
![]() |
| En komt uit op een verhard wandelpad |
![]() |
| Aan de wandelaar is goed gedacht. Er zijn vele bankjes |
Als je het pad volgt, maakt het op een gegeven moment een scherpe bocht naar rechts. In de bocht staat ook weer een bankje en daar kun je heerlijk genieten van het zonnetje, als dat tenminste schijnt, en je kijkt uit op een groot gebouw verderop op de heuvel. Wat het precies is weet ik niet, maar het lijkt een hotel. Gelukkig biedt het uitzichtpunt ook nog een blik het dorp Gernrode dat lager ligt en de wijdse verte. Jammer dat het vanmorgen een beetje bewolkt is.
Zo'n 200 meter verderop nader ik een open plek. Hier blijkt ook een gebouw te staan en één ding is zeker: ongemerkt voorbij lopen wordt lastig. Even bekruipt me weer het gevoel van de eerste keer bloot gaan in het bijzijn van anderen. Wat zal ik doen. Broek aan of niet? Had ik nu toch maar eerst de route verkend. Deze en andere gedachten gaan door mijn hoofd.
Het is nog vroeg en nu ik hier even sta te treuzelen, merk ik nog weinig menselijke activiteit. Behalve de man met de hond ben ik verder ook nog niemand tegengekomen. Dan maar net als die eerste keer. Moed verzamelen, ogen dicht en springen. Ik loop door en kom niemand tegen.
Of ik vanuit het gebouw ben gezien? Geen idee. Als ik bij de splitsing even verderop, rechtsaf ga en weer het bos in loop, maakt het me eigenlijk niet meer zoveel uit. Uiteindelijk ben ik daar gewoon maar aan het wandelen, zonder kleding weliswaar, maar verder niets bijzonders.
Wat verderop in het bos vertelt de dame van mijn navigatiesysteempje dat ik hier scherp rechtsaf moet slaan. En als zij dat zegt, tja, dan doe je dat natuurlijk. Het pad loopt hier weer aardig omhoog, maar het is nog goed te doen. Gelukkig is het ook nog niet zo heel warm vanmorgen.
Even verderop is er een kruising van paden. Een daarvan is de Grenzweg, de voormalige grens tussen Pruisen en Anhalt. Ik loop hier rechtdoor, want ik ben op weg naar een uitzichtpunt dat nog iets hoger gelegen is.
De plek waarnaar ik op weg ben heet Olbergshöhe en van daaruit kijk je uit over de groene kruinen van het bos. Een mooie plek om even op adem te komen en een slok water te nemen. Er zijn bankjes geplaatst en zo te zien, staan die er al even. Maar ach, het is wel heerlijk om je zo even 'on top of the world' te voelen.
Behalve de wind en de vogels hoor ik geen andere geluiden om me heen. Ik kan hier wel uren blijven zitten. Toch doe ik dat niet, want ik wilt nog graag wat meer van de omgeving zien. Met een lichte tegenzin sta ik op, doe mijn rugzak weer op en vervolg mijn tocht.
Het is natuurlijk niet verbazingwekkend dat het pad nu omlaag loopt. Dat is op zich ook wel even prettig na die klim, al was die nog niet eens zo steil als op andere wandelingen. Verderop in het bos nader ik weer een open plek. Ook hier staan bankjes en er staat ook een uitkijktoren. En ja, als je er dan toch bent, moet ook die beklommen worden. Het uitzicht boven op de toren is geweldig. Je kijkt hier uit over de wijde omgeving je kunt zelfs Quedlinburg in de verte zien liggen.
Als ik weer beneden ben aangekomen, wordt het tijd om naar de camping terug te gaan. Braaf volg ik de aanwijzingen die mijn navigatie mij geeft, tot ik op de Panoramaweg ben. Nu weet ik het zelf wel weer. Denk ik dan tenminste. Zonder het te merken loop ik pardoes het steegje voorbij waar ik aan het begin van de wandeling uit kwam. Per ongeluk ontdek ik nog een mooi oud gebouw wat direct mijn interesse heeft. Snel wat foto's gemaakt en dan terug naar het steegje. Tijd om mijn broekje weer aan te trekken en de laatste meters naar de camping af te leggen.


























Reacties
Een reactie posten